
Het buiten "Belvliet" op de kaart uit 1646.
Eigenaar Nicolaas van Bambeeck trouwde met Agatha Bas. Rond 1660 werd de buitenplaats verkocht aan Joan van Gent. Zijn enige dochter Petronella van Gent trouwde met Augustinus Duyvensz.
Hun zoon Cornelis François Duyvensz. (1697-1767) trouwde met de dochter van een scheepskapitein, zij kregen zeven kinderen. Duyvensz. was ook eigenaar van de buitenplaats "Stijlenburg", en erfde tevens de buitenplaats "Welgelegen" van zijn schoonzuster. Bij zijn overlijden in 1767 werd "Belvliet" getaxeerd op 12.000, vermeld wordt dat het huis bestond uit een beneden- en een bovenzaal, een binnenkamer, een voor- en een achterkamer, een keuken en twee zolders.
Eind achttiende eeuw kwam Belvliet in bezit van de familie Borghorst, deze Enkhuizense familie verbleef er veel. Hier werd op 28 april 1791 het huwelijksfeest gevierd van mr. Hermannus Borghorst en Immegonda Maria Duyvensz, ter gelegenheid waarvan het gedicht op mijn Inleiding-pagina als lied werd voorgedragen. Ze gingen wonen op "Volgerwijck".
-----
Zeer waarschijnlijk heeft Joost van den Vondel op "Belvliet" gelogeerd, en er een gedicht over de haan geschreven, uit wiens staart hij elke ochtend een veer trok om ermee te kunnen schrijven.
Informatie van Peter Smit, bewoner van "Belvliet" van 1973 tot 2003, en schrijver van diverse boeken over de Beemster, waaronder De Nachtboerderij en De Kattenmantel, waarin het huis voorkomt. Peters boek Jan Janse Weltevree is inmiddels opnieuw uitgegeven onder de titel De Strijd om de Beemster.
Het voormalige erf is bebouwd.