
De buitenplaats op de kaart van 1646. Rechts ligt de Volgerweg, boven (=west) vormt de Westervaart de perceelgrens.
De grond was vanaf 1621 in handen van Charles Looten en vanaf 1642 van zijn zoon Johannes. De grond bleef tot in de 18e eeuw van de familie Looten.
De omtrekken van de tuinen zijn ter plekke nog steeds waarneembaar, het doodlopende eind van het Noorderpad ligt er ook nog steeds zoals op de kaart van 1646, als groen dijkje.

Het terrein op de kadasterkaart van 1811-1832. De moestuin, het weiland, de boomgaard en het huis waren toen eigendom van de Wed. Jan Ernst, tuinierster.
Later werd het terrein volgebouwd met kassen, de zeer oneffen grond zit nu nog steeds vol met glasscherven en spijkers.
De naam van het landgoed was "De Hoop".
Nadat het hoofdhuis was gesloopt zijn de stallen omgebouwd naar boerderij, waarschijnlijk begin negentiende eeuw toen de meeste plaatsen in verval raakten. Deze boerderij genaamd Het Hoopje is inmiddels ook gesloopt in de 1960-er jaren. De funderingen van het oorspronkelijke landgoed zitten nog steeds in de grond. De waterlopen zijn nog heel herkenbaar op het erf. Ook ligt er onder een laag aarde nog steeds een oud pad van de Volgerweg naar het Noorderpad, precies zoals op de tekening.
Informatie van huidige eigenaar Bert Kalteren.

Een afbeelding van 'het Hopie' - een houten woonhuis op het terrein van buitenplaats 'de Hoop'. In ieder geval van 1830 tot 1910 hebben daar voorzaten van mij gewoond: allemaal Jan Ernsting geheten. Na de laatste Jan Ernsting is het nog bewoond geweest door een J. van Baarsen en P. Brouwer. Het zou kunnen zijn dat het een laatste restant (dienstwoning?) van de buitenplaats was. Het pand is in de zestiger jaren gesloopt (informatie Jan de Groot).
Ger Ernsting, 23 jan. 2011.
Notulen van de vergaderingen van de Municipaliteit; Inv. 2-04 (Waterlands Archief):
Vergadering van 16 oktober 1800:
BUITENPLAATS 'DE HOOP'
Pieter Texel en Simon van Rhiel, kopers van de buitenplaats van Agatha van Foreest, zijn illegaal begonnen de plaats af te breken. Het wordt ze verboden door de Municipaliteit. Het gaat om de plaats op de Purmerender kavels no. 17, 18 en 19, genaamd de Hoop.
De slopers sturen dan een request aan het Departement van Finantieën. Ook de Municipaliteit doet dat en in die brief stellen zij dat de slopers de plaats weer in de oude staat moeten herstellen (19 februari 1801). Op 16 april 1801 wordt in de vergadering van de Municipaliteit een besluit voorgelezen waarin het Departement de Municipaliteit gelast om het sloopverbod op te heffen. Na 16 april 1801 wordt "De Hoop" niet meer vermeld, het zal dus in 1801 definitief gesloopt zijn.
Informatie van Gerrit Ernsting, 10 dec. 2010.