
"Nooit volmaakt" in 1646. Links de Volgerweg.
De grond van deze buitenplaats was oorspronkelijk van Elias Trip (1570-1636), in 1644 toen de buitenplaats er stond was zijn zoon Pieter Trip de eigenaar. Bij Pieter's dood in 1656 werd de waarde geschat op ƒ 60.000.
Joan Coymans, zoon van Balthasar Coymans, trouwde met Sophie Trip (1615-1679). Zij kregen drie kinderen Jean, Elias en Josephus, waarvan oudste zoon Jean Coymans de bezittingen erfde. Daarna kwamen ze in bezit van zijn zoon Jan Coymans (1688-1734).
Rond 1700 was de heer (Elias?) Coymans dijkgraaf van de Beemster, en eigenaar van de buitenplaats. De familie Coymans was rijk geworden door de handel met West-Indië en met veehandel.
Op 28 november 1742 werd zijn zoon Balthasar Coymans benoemd tot dijkgraaf, het duurde nog wel bijna drie maanden voor dat officieel bekrachtigd was. Hij erfde ook de hofstede. Hij was hier alleen 's zomers, de rest van het jaar vertoefde hij in Amsterdam aan de Keizersgracht. In 1748 kwam Albert Switser in dienst als tuinman. Diens kinderen mochten bij afwezigheid van de eigenaar in de bomen klimmen, en konden 's winters genieten van ijsvermaak op de vijvers en de singels die de boomgaarden omsloten.
Voor zijn overlijden 15 september 1759 vermaakte de vrijgezel Balthasar Coymans een flink bedrag aan al zijn personeelsleden, alsmede stukken grond aan de Hervormde Kerk en de bedeelden in de Beemster. Enige jaren later verkochten zijn erfgenamen de buitenplaats aan Jan Ridder, Jacob Jong en Pieter Prins, afkomstig uit Edam en volgens Dinkla 'slopers van buitenplaatsen', waarna alles werd gesloopt.
Nu is hier biologisch-dynamische boerderij van M.M. Waal & Zn gevestigd, met op de poort de later aangebrachte naam "Sonnevanck". Een van de drie boomgaarden is weer herbeplant.