|
||||
In 1733 wordt vermeld dat hier een Jan Doetsz. Beets werkte en woonde. Hij was als getuige betrokken bij een berucht proces tussen de eigenaar Lucas Merens, en de toenmalige dijkgraaf van de Beemster, Dirck Alewijn, over het dempen van een sloot. Tijdens het eigenaarschap van Lucas Merens verviel het herenhuis. Zigeuners sloopten het ijzerwerk eruit voor schroot, ook het metselwerk werd afgebroken, om de grachten mee te dempen.
Op de kaart van rond 1900 staat in het midden van de buitenplaats nog een bosje afgebeeld.
Rond 1998 werd een aardgasleiding door het perceel van de buitenplaats gelegd, daarbij had de aannemer veel hinder van het aanwezige puin. Enkele jaren daarna is het terrein door de nieuwe eigenaar gevlakt, zodat de nog zichtbare contouren van de gracht grotendeels verdwenen zijn.
Het terrein is in 2007 onbebouwd.

Het buiten "Oostwijck" (ook wel "Huis ten Oostwyck") op de kaart van 1646, gelegen op Arenberger kavels 59 en 60. Bovenin de Purmerenderweg, naar onder toe de Hobrederbijwech oftewel Hobrederlaan. Links van de Hobrederlaan het woonhuis (nog zonder aangebouwde stolp van 1724) van de gebroeders Visser, waar de boer van de buitenplaats woonde. De begrenzing van de tuin aan de noordkant werd gevormd door de onderkolk van de Hobredermolens, verdwenen rond 1635. De tuinier woonde in het midden van de tuin.
Overzicht van eigenaren (met dank aan gebroeders Visser):
1612: Kavel 59 bij de verloting in het Slot te Purmerend op 30 juli 1612 toegewezen aan Nicolaas van Bambeeck (overl. 18 maart 1615) en Abraham Boom (beiden hoofdingeland van de Beemster), en kavel 60 aan François Boudewijns.
1656: Joan van de Straten, namens de polder, aan Nicolaas van Bambeeck jr., 2311 roeden van de geslechte kolkdijken.
1663: Nicolaas van Bambeeck aan Anthonia de Hooghe, voor ƒ 60.492.
1672: Taxatie voor de erven van Philepina van Mariënvoorde, weduwe van Elias Pels. Deze was erfgename van Josina de Hooghe, weduwe van Jan ten Grotenhuis.
1720: Elisabeth de Dieu aan Jan ten Grotenhuis (kleinzoon).
1724: Aletta Boendermaker-ten Grotenhuis aan Lucas Merens (1698-1776, burgemeester van Hoorn, zie portret rechts).
1776: Meinard Merens, zoon van Lucas Merens.
1813: Cornelia Gallis, weduwe van Meinard Merens.
1828: Maarten Witze van Zijp.
1832: Grietje Ubbels, weduwe van Teunis Donker.
Cornelis Hart.
1857: Dirk Reijne 28.91 ha in kavels 58, 59 en 60.
1900: erven J. Reijne aan G. Reijne 23.42 ha.
1914: D. Reijne.
1980: gebroeders Visser.
ca. 1998: G. Kooi, van Broedersbouw.

De dichter Caspar Barlaeus oftewel Kaspar van Baerle (1584-1648, zie portret links) verpoosde geregeld bij François Boudewijns op de buitenplaats "Oostwijck" en componeerde de volgende twee gedichten:
Op de HOFSTEDE Inde BEEMSTER,
Vreuchde-plaets, vermaeck van zinnen, |
Lof van de LINDEBOOM, OP OOSTWIJCK,
Uw' Oostwijck is mijn lust, en 't leven van mijn leven, |

(55 van 55) |
(2 van 55) |
te gaan naar het overzicht |