"Het Land van Leeghwater" -- Inleiding
Indexpagina
"Het Land van Leeghwater"
Inleiding
Schermereiland
Beemster
Purmer
Heerhugowaard
Schermer
Wijde Wormer
Enge Wormer
Starnmeer
Stoomtram door de Beemster en de Schermer
Tramlijn door de Purmer en de Zuidpolder
De poldermolens van de Beemster
De opschepingen van de Beemster
Twintig overhalen in de Beemster?

"Het Land van Leeghwater"?

Met deze pagina's wil ik een realistisch beeld geven van de betrokkenheid van Jan Adriaenszoon Leeghwater bij het initiatief en de uitvoering van de droogmakingen rond het Schermereiland, vergeleken met de activiteiten van anderen. Zodoende kan elke lezer zelf beoordelen of er terecht een streek naar hem vernoemd wordt. Ik zal zelf geen conclusie opdringen, gezien de geringe hoeveelheid aan betrouwbare documentatie en de grote verscheidenheid aan interpretaties daarvan.

Klik voor een grotere foto
Middenbeemster
Door bewerkers in de achttiende eeuw werd wat Jan Adriaenszoon Leeghwater over zichzelf in zijn Haerlemmermeerboeck en zijn Chronycke opgeschreven had opgeblazen, uitgebreid en verdraaid. Daardoor lijkt het alsof hij de centrale en leidinggevende figuur was betreffende de droogmakerijen, en die bewering nemen velen tegenwoordig nog klakkeloos voor waarheid aan. Er is zelfs een aparte website Het Land van Leeghwater!

De bedoeling van deze pagina's is niet om de prestaties van Leeghwater te kleineren, ongetwijfeld was hij een kundig timmerman en had hij vele andere bijzondere interesses en vaardigheden. Leeghwaters activiteiten als molenmaker, droogmaker, klokkenmaker, tekenaar en dichter in Amsterdam, Den Haag, 's-Hertogenbosch, Frankrijk, Duitsland en andere landen vallen echter buiten het thema. Deze worden uitvoerig beschreven in enkele van de boeken die op mijn pagina Verwijzingen staan vermeld.

Portret van Leeghwater, in zijn Haerlemmermeerboeck (4e druk), 1643. Naar een schilderij van T. Keiser, gesneden door S. Savrij.

Meningen

"Leeghwater, den vernuftigen meester molenmaker uit de Rijp, de universeele deskundige bij uitnemendheid, die reeds tusschen de jaren 1608-1612 als ingenieur aan de droogmaking van de Beemster arbeidde, die voorts zijn medewerking had verleend bij de tot standkoming van de polders de Purmer (1618-1622), de Wormer (1624-1626) en de Heer Hugowaard (1625-1626) en wiens kloeke plannen wij kennen om ook het zoo groote Haarlemmermeer nog tot land te maken!"
Schermeer 1633-1933, Mr. J. Belonje, 1933.

"Jan Adriaenszoon moet over meer dan geniale meetkundige gaven beschikt hebben. ... Het meest is Leeghwater bekend als de ingenieur door wiens grote technische kennis, zijn verbeteringen van de windmolens, maar meer nog zijn logische kennis van de grondstructuren, de inpoldering van de grote Hollandse binnenmeren mogelijk werd. Hij was de grote stimulator, de man die steeds weer verbeteringen aanbracht, steeds weer zwakke punten opzocht en steeds weer de grote geldschieter, Dierck van Os, enthousiast wist te maken. Leeghwater was de man van de Beemster, de Purmer, de Schermer, de Wormer."
Drie en halve eeuw "De Purmer", Piet Huurdeman, 1975.

"Leeghwater. Overzien wij zijn aandeel in de totstandkoming onzer droogmakerijen, dan komen wij slechts tot uiterst povere resultaten. Hij was hier slechts één der velen. En dat hij de beste zou zijn, is zeer de vraag. Waar wij van zijn werk tenminste enigermate nauwkeurig op de hoogte zijn --bij de bedijking van Starnmeer en Kamerhop-- kunnen wij moeilijk een hoge dunk van zijn technische kennis en prestaties krijgen. Naast figuren als Van Oss, Van Teylingen, Van Foreest en Cromhout moet Leeghwater noodwendig in het niet zakken. Inderdaad, zijn werk aan de droogmakerijen is nauwelijks van enig gewicht te noemen. Indien hij niet geleefd had, zou de gehele droogmakerijhistorie practisch geen letter anders hebben geluid."
Jan Adriaenszoon Leeghwater, J.G. De Roever, 1944.

"Neem de drooglegging van de Beemster. Ingenieur Leeghwater vond dat hij het genie was achter het geheel, in werkelijkheid had hij zijn techniek afgekeken en zijn naam, die laag water betekent, verzonnen, net als zijn titel."
Ernst Daniël Smid, artikel in Noordhollands Dagblad editie Waterland, 13 feb. 2008.

"Eeuwen later besloten rijke kooplieden uit Amsterdam het gebied te laten droogleggen om er landbouwgrond van te maken. Onder leiding van de molenmaker Jan Adriaenszoon Leeghwater uit De Rijp startten de werkzaamheden. Er werd een ringvaart gegraven en een dijk opgeworpen. Met meer dan vijftig molens legden hij en zijn medewerkers in 1612 het gebied droog.
....
Nu begonnen de werkzaamheden waar de Beemster zo beroemd mee is geworden. Jan Adriaenszoon Leeghwater liet wegsloten en kavelsloten aanleggen volgens een geometrisch patroon dat je vanuit de lucht nu nog kunt zien."
Website Cono Kaasmakers, okt. 2009.

"Het Land van Leeghwater heeft zijn naam geleend van Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575 -1650), Hollands beroemde waterbouwkundige uit de Gouden Eeuw. .... hier verdiende hij zijn plaats in de vaderlandse geschiedenis als geniaal molenbouwer en ingenieur. .... Leeghwater ging de uitdaging aan om "zijn" eiland en dorp tegen het water te beschermen en door het droogleggen van de meren, nieuwe welvaart te brengen. Hij maakte van hoog water, laag water en al spoedig veranderde dit "laag water "in de naam Leeghwater. Bij de bedijking van de Beemster (1612) was hij betrokken als opzichter bij het maken en stellen van de 26 molens, die het meer droogmaalden. Net zoals bij de Purmer (1622), de Heerhugowaard (1625), de Wormer (1626), de Schermer (1635) en de Starnmeer (1643)."
Website Het Land van Leeghwater

De iniatiefnemers

De initiatiefnemers voor de grote droogmakerijen waren rijke kooplieden, die hun fortuin verdiend hadden met de handel op Oost-Indië en aandelenhandel. Zij zochten goede binnenlandse investeringen nu de Tachtigjarige Oorlog de buitenlandse handelsbetrekkingen zeer bemoeilijkten. Winstbejag was was hun enig doel, omkoperij en bedrog moesten daarbij vaak helpen.

Alkmaar
Overigens waren alleen de eerste twee droogmakerijen, de Beemster en de Purmer, profijtelijk voor de droogmakers. Dit kwam door de grote belastingvrijdommen die zij van de Staten van Holland verkregen, alsmede door de hoge grondopbrengst. Bij de meeste latere droogmakerijen viel de bedijking of de verkregen bodemsoort erg tegen, moesten veel steekpenningen of percelen grond besteed worden om bezwaren tegen de droogmaking weg te nemen, of was het kostbaar om aangrenzend land ten behoeve van de bedijking, of binnengedijkte (schier-) eilanden aan te kopen.

De salarissen die aan aannemers en adviseurs zoals Jan Adriaenszoon Leeghwater werden betaald, vormden bij de droogmakingen slechts een zeer klein deel van de totale kosten.

De architect van de polders?

De financiers van de droogmakerijen hielden het planmatig en technisch ontwerp in eigen hand, en hadden daar zeker geen dorpstimmerman bij nodig. Wel huurden zij hiervoor gediplomeerde en beëdigde landmeters in.

"Ingenieur ende molen-maecker"?

Leeghwater was ongetwijfeld een kundig timmerman, die door de grote behoefte aan molens in zijn omgeving ook een praktisch gevormde molenmaker werd. Hij leerde het timmermansvak van zijn vader, maar er zijn geen aanwijzingen dat hij buiten De Rijp hoger geschoold is. Leeghwater was in ieder geval geen ingenieur, in het begin van de zeventiende eeuw bestond de mogelijk helemaal niet om door een technische studie die titel te verkrijgen. Waarschijnlijk doelde Leeghwater met de term ingenieur eenvoudig op de letterlijke betekenis vernufteling ofwel ingenieus persoon.

Leeghwater noemde zichzelf niet zoals velen van zijn collega's "meester molenmaker". "Aannemelijk is dat Leeghwater eigenlijk nooit de hoogst bereikbare trap van het ambacht bereikte, omdat hij zich méér dan met de molenbouw met de waterbouwkunde geneerde. Vandaar, dat hij zich later "ingenieur ende molen-maecker" noemt met de ingenieurstitel voorop."
Citaat uit Jan Adriaenszoon Leeghwater, J.G. De Roever, 1944.


Verder naar Schermereiland

Impressum
Suggesties, afbeeldingen, aanvullingen, correcties graag aan Michiel Hooijberg.

© 2007 Michiel Hooijberg.

Klik hier voor de Indexpagina.