
Kruisoorder molens, ook wel Beetser molens genoemd, vijfdubbele viertraps molengang aan de Noorddijk. Dit enorme stelsel van 21 molens strekte zich over bijna 2 kilometer uit tussen de Vrouwenweg en de Oosthuizerweg. De gang bestond eigenlijk uit twee delen, die respectievelijk deels de Arenberger polder en deels de Middenpolder droog hielden.
Eind 1608 met 6 molens begonnen als een driedubbele tweetraps molengang. In 1610 met 2 extra molens uitgebreid tot vierdubbele tweetraps molengang. In 1611 uitgebreid tot 15 molens, waardoor er een vijfdubbele drietraps gang ontstond. In 1612 teruggebracht tot 12 molens (vierdubbele driegang), omdat 3 extra molens nabij De Rijp nodig waren. Tussen 1632 en 1635 kwamen er 8 molens bij om de vijfdubbele viertraps bemaling tot stand te brengen. Verder werd nog een extra bovenmolen of uitmaler toegevoegd, waardoor de gang op 21 molens uitkwam.
Op 20 juli 1799 stelde het dijksbestuur een Brandspuytreglement vast voor de Beetser molens.
Klik op de tekening voor een vergroting. Let op: de vergroting is gedraaid om hem beter op het scherm te laten passen.
De Beetser of Kruisoorder molens werden tussen 1883 en 1887 voor afbraak verkocht.

Einde van de Munniksloot, net voorbij en gezien vanaf de Purmerenderweg in noordelijke richting. Waar de drie koeien liggen stond een ondermolen.

In het verlengde van de Munniksloot ligt nog steeds een onderkolk richting de Nekkerweg. Op het stuk grond op de voorgrond stond een middenmolen, die het water vanuit de onderkolk naar de middenkolk maalde. Deze werd hier gevormd door de tegenwoordige wegsloot van de Nekkerweg, op de voorgrond.

Dit rijtje huizen is gebouwd op het voormalige molenerf langs de Nekkerweg. Op de plek waar nu het voorste huisje staat, stond voorheen een middenmolen. Het terrein is hier flink hoger dan het land links.

Restant van de oostelijkste onderkolk. Aan het eind, waar nu de stallen zijn, stond vroeger een ondermolen. Op de plek van de woning zal de bliksemschuur gestaan hebben.

Halverwege het dwarse eind van de Nekkerweg, bij het Ten Haaf-bos, stond op de plek van deze dam een tussenmolen die maalde van de middenkolk naar de bovenkolk. De huidige wegsloot van de Nekkerweg fungeerde als beide, voor en achter de dam is nog altijd een flink hoogteverschil (wel kleiner dan vroeger). Ook de weg gaat richting de dijk opeens een stuk omhoog, omdat de kolkdijk natuurlijk ook hoger moest zijn.

Het geitenhok markeert de plaats waar eens een bovenmolen stond, het staat precies op het molenerf. Deze molen (de eerste bovenmolen gerekend vanaf de Nekkerweg) maalde van de bovenkolk (de bovenste helft van de wegsloot van de Nekkerweg) uit op de Beemster ringvaart. In de dijk ligt op deze plek nog een inlaatduiker. Bij de brug op de achtergrond stond weer een tussenmolen.

Deze plek naast de bovengenoemde brug (nu van de andere kant gezien) was het molenerf van een tussenmolen, die van de onderkolk naar de middenkolk maalde.

Dit was de plek van de derde bovenmolen.

En hier stond de vierde bovenmolen.

En de plek van de vijfde bovenmolen.

In het midden van de foto ligt nog een restant van de kolkdijk, die de onderkolk scheidde van het meer dat de middenkolk vormde. Op de voorgrond de huidige dijksloot, die de bovenkolk vormde. Daartussen lag dus de middenkolk, die in het noordelijke deel van de molengang uit een vrij groot meer bestond.

De noordelijkste molentocht van de Kruisoorder gang, gezien vanaf de Middenweg in oostelijke richting. Waar de tocht smaller wordt, stond de ondermolen. Aan het einde (waar de vogelkast staat) stond dan een tussenmolen, die op de middenkolk (het meer) uitmaalde.

De Schermerhornersloot, gezien vanaf de Middenweg in oostelijke richting. Aan het einde staat het voormalige stoomgemaal uit 1885. Waar de dam ligt, sluit vanaf rechts de Beetsersloot aan. Een stukje daar voorbij stond een ondermolen.

Poldermolen Kilmolen oost, genaamd het Meerkatje, in 1612 geplaatst aan de Meercats molentocht nabij de Middenweg, ca. 500 m noordelijk van Noordbeemster. Het Meerkatje was afkomstig van de Spijkerboorder molengang. De 289 roeden grond die nodig waren voor de molentocht en molenwerf, werden op 21 juli 1613 voor ƒ 1,- per roede door het polderbestuur gekocht van de perceeleigenaar Sr. Jan Fransz. van der Lee.
De molen werd op 14 juni 1883 in het gemeentehuis te Middenbeemster openbaar geveild, en bracht ƒ 555,- op.
Naast de as (van het fabricaat Prins van Oranje met nr 993 uit 1875), werden ook het bovenwiel en mogelijk de kap hergebruikt in korenmolen De Nachtegaal.
Kaart: Balthasar Florisz. van Berckenrode, 1644.