Wat is een overhaal?
Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal (1992): "overhaal (m.) ... 2 overtoom: binnen de Beemster waren twintig overhalen; ... (Bernlef)".
Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal (1992): "overtoom (m.; overtomen) [het tweede lid hoort bij tijgen], (bij vaarwaters op verschillend peil, waar het de kosten niet loont een schutsluis te bouwen) dubbel hellend vlak (onderheide planken vloer) op een dam of kade tussen twee wateren, waarover kleine vaartuigen gehaald worden met behulp van een windas en losse of vaste rollen die men onder het vaartuig legt: een moderne elektrische overtoom werkt met een lift".
Wie is Bernlef?
J. Bernlef is het pseudoniem van de schrijver Hendrik Jan (Henk) Marsman, geboren 1937. Het is mij niet bekend uit welk werk van Bernlef bovengenoemd citaat in de grote Van Dale stamt. Wie het wel weet mag het zeggen!
Twintig overhalen binnen de Beemster?
Bij mijn weten is en was de Beemster geen vaarpolder, alle percelen waren over de weg of via andere percelen bereikbaar. Dit in tegenstelling tot het oude land rondom de Beemster (de Zeevang, de Eilandspolder, Wormer- en Jisperveld en bij Avenhorn), daar was wel veel vaarverkeer.
Maar op de Chromo-topografische Kaart uit ca. 1905 zijn inderdaad negen overhalen in de Beemster aangegeven, deze worden hieronder genoemd. Wie weet waarvoor deze overhalen dienden, of er een afbeelding van heeft, of weet in welke periode ze gebruikt zijn, of de locatie van de overige elf overhalen kent, mag even een berichtje sturen.
In juli 1613 werd door Klaas Garbrantsz. van Purmerende verzocht, om tot schipper van de Beemster te worden aangenomen. Ofschoon hierop door de Hoofd-Ingelanden nog geen besluit genomen kon worden, werd hem evenwel toegestaan, een proef te nemen met op Middenbeemster te varen.
In 1836 wordt vermeld dat tijdens de storm van 29 november dat jaar de schipper van het Beemster schuitje verongelukte in een Beemster tochtsloot.
Citaat uit de Kavel-Conditiën, geaccordeerd 16 januari 1613, artikel XII:
Aangaande de sluizen en overtoomen is geresolveerd, dat men in den buitendijk geen sluizen zal maken, maar alleenlijk bekwame kolken en overtoomen, ter zulker plaatsen, als de gecommitteerde Hoofd-Ingelanden, Dijkgraaf en Hoog-Heemraden zullen goedvinden, die daartoe gekozen hebben
- den uithoek van de Lange Weeren bewesten Purmerende aan den Zuidringdijk,
- met den uithoek bewesten den Middelweg, in denzelven dijk gelegen.
- Item den uithoek benoorden den Volger, genaamd Den Oord,
- den hoek van Avenhorn beoosten den Middelweg,
- den uithoek in de Havermeer genaamd den veenhalig,
- en nog een uithoek tusschen Hobrede en Kwadijk,
in welke plaatsen men het naaste jaar vooreerst in elken polder tot eener stede een sluisken zal maken op de wijdte van twaalf voeten [3,7 m], in drie jaren daarna de resterende sluisjes op de wijdte van 15 of 16 voeten [4,7 - 5 m], indien men middelertijd bevinden zal den nood en oorbaar zulks te vereischen, en voorts alle de bovenmolentogten die men zal kunnen appropiëren om voor kleine schuitjes kolken en overtoomen daarin te leggen.
|