|
||||||
|
||||||
De molens
Citaat uit Jan Adriaenszoon Leeghwater, door J.G. de Roever. Erg lang zal Leeghwater niet als adviseur ingehuurd geweest zijn, want nog tijdens het droogmaken van de Purmer ging hij op reis naar Riga aan de Oostzee. Eén van de vijftien molenmakers bleek ook Jan Adriaenszoon Leeghwater zelf te zijn, voor de prijs van ƒ 2632 bouwde hij één van de vijf middelmolens. Dit was een normaal bedrag voor één niet te grote schepradmolen. Op 30 mei 1620 kreeg hij het eerste derde deel ervan uitbetaald. De molens hadden weer twee jaar werk om het water uit de Purmer te scheppen. In 1622 vielen de hoogste gedeeltes droog en nog in datzelfde jaar kon de nieuwe polder verkaveld en onder de inschrijvers verloot worden. Gedurende de eerste vijf jaar waren er toch nog grote problemen met het drooghouden van alle delen van "Die schoone vruchtdragende Purmer". De heren Hoofdingelanden vermoedden dat verplaatsing van een molengang verbetering zou kunnen brengen, en besloten op 6 juli 1627 zich hierover ten laten adviseren door enige molenmakers: "... ende dezelve Moolens eens pertinentelijk te doen Visiteren bij Experte Moolenmaakers, als namentlijk Jan Adriaansz. Laegwater, Adriaan Jacobs, met nog een derde, die bij den advocaat Groen weegen geoordeelt zal werden de kloekste te weesen". Resultaat van dit onderzoek was, dat de molens tegenover het Stinkevuil verzet werden naar de Westdijk. Daarom werden deze tot het einde van de molenbemaling toe de Verzette Gang genoemd. Omdat een lager waterpeil gewenst was, werden in 1654-1655 twee van de molengangen viertraps gemaakt door uitbreiding met een extra ondermolen. De Purmer molens waren vanaf het begin conventionele Noordhollandse schepradmolens. Pas na twee eeuwen besloot het college van hoofdingelanden op 10 april 1833 een proef te nemen met vijzelbemaling. Deze proefneming slaagde goed, en op een na werden alle Purmer molens omgebouwd naar vijzelmolen. Na de bouw van het stoomgemaal in 1877 werden twee molengangen gesloopt. En na de vernieuwing en verbetering van het stoomgemaal in 1907 verdwenen de overige Purmer molens uit het landschap. Wat resteert zijn de contouren van de molenerven langs de ringdijk, en vele foto's uit de laatste jaren voor de sloop, in het Waterlands Archief.
De indelingConclusieCitaat uit Jan Adriaenszoon Leeghwater, door J.G. de Roever.
|
© 2007 Michiel Hooijberg. |